Showroom

We gaan de Noordpool ontdekken.”
“O,” zei Poeh weer, “wat is de Noordpool?”
“Gewoon iets dat je ontdekken moet,” zei Christoffer Robin vlug.
Voor kinderen is het benoemen van de wereld al spannend genoeg, argumenten of iets klopt of niet zijn niet interessant.Lees meer …

Cosafina

cosafina

We gingen naar Granada om het Alhambra te zien. Maar ik sta eerst nog even in de barrio Albaicín voor een aanplakbord een papier los te peuteren. Het is een flinke strook van meer dan een meter lang waar iets op staat in gebarentaal. Het moet er al enige tijd gehangen hebben, gezien de roestvlekken die het materiaal hebben aangetast en het relatieve gemak waarmee het geheel loskomt. Het spannende aan terloopse voorwerpen is, dat de betekenis ervan nog moet worden ingevuld. Lees meer …

Stofjes

stofjesNu even iets anders. Het schijnt in ons brein te barsten van stofjes, die ons allerlei dingen laten overkomen. Rob Oudkerk werd door zo’n stofje naar de hoeren gestuurd en psychiater Oliver Sachs liet mensen, die al dertig jaar sliepen, door een stofje (L-dopa) weer herrijzen. Nu heeft ieder van ons elke dag ook stofjes nodig om in slaap te komen. Klaas Vaak heeft een heel arsenaal aan slaapzand dat hij rond strooit. Lees meer …

Van Fatima naar Fatima

Wanorde streeft ernaar zo groot mogelijk te worden, (tweede hoofdwet van de thermodynamica).

We kennen deze wet ook als de wet van Murphy: Als er iets kapot kan, gaat het ook kapot.
Wat moeten we met een natuurkundige wet die leert dat vroeg of laat iedere ordening vergaat tot stof? Wij zouden liever een wet hebben die chaos naar orde laat verlopen.
De bedevaartsplaats Fatima is een beladen plek. Er is veel kapot. De slechte benen vallen het eerste op, maar wat je niet direct ziet zijn de dove oren, de blinde darmen en de gebroken harten. Lees meer …

Onaf

Een kunstenaar moet soms lastige vragen beantwoorden. Er staat iemand voor een schilderij en vraagt:
‘Is het af?’
‘Hoezo af?’
‘Nou er staan nog allemaal houtskoollijnen, ga je er nog aan verder?’
‘Huh?’Lees meer …

De horizontale medemens

Daar is iets mee, met liggende mensen. Je ziet ze niet graag. Ja, op het strand! Of in de slaapkamer. En in ziekenhuizen, vooruit, daar zijn ze in goede handen. Maar op straat? In portieken, of in een wanordelijk groepje langs de weg? Liever niet. Het duurt soms een tijdje voor je de foto’s in de krant juist inschat. Je hoopt dat ze liggen uit te blazen van de avondvierdaagse, of dat het een kunstproject is, waarbij je weer eens heerlijk op het verkeerde been wordt gezet, maar soms wordt het zo alarmerend dat je niet wilt blijven kijken. Een mens hoort rechtop! In Rusland zonnen de mensen rechtop. Gewoon, leunend tegen de muur, in badpak, met de bontjas een beetje open. In het oude Peru werden de Incakoningen na hun dood ook gewoon rechtop op hun troon gezet. Niks aan de hand! En het logo van onze christelijke beschaving is een lijdende mens, maar ligt hij? Nee, hij staat rechtop, eigenlijk hangt hij, maar wel rechtop. Een overwinnaar blijft overeind. Liggende helden bestaan niet.

Aanwezig

Ik schilder vaak mensfiguren die als een transparante verfvlek de vorm aannemen van de muur- of bodemachtige ondergrond van zand, papier, karton of andere materialen. De figuur zit er dan in, zoals een schaduw zich voegt naar iedere ondergrond. Het zelf volledig opgenomen zijn in het landschap is een bijzondere gewaarwording. Het is mij een paar keer gebeurd dat je volkomen alleen staat in een woeste, ongetemde natuur. In Nederland is dat haast niet mogelijk, daar is de natuur hier te vriendelijk voor. Een beetje in de buurt komt het strand op een mensloze dag, alleen land, water en lucht. Het gevoel is moeilijk precies te omschrijven.Lees meer …

Permeke

Ik hoorde tijdens de tentoonstelling ‘Plint’, waar werk van dichters en beeldend kunstenaars samenvloeien, de Zuid-Afrikaans/Nederlandse kunstenares Marlene Dumas in een heerlijk energiek en chaotisch toespraakje zeggen, dat beeldend kunstenaars het moeilijk vinden om hun werk in woorden samen te vatten. Niet omdat ze moeite hebben met woorden, maar omdat er zovéél is om te vertellen. Ik nam me voor die uitspraak in te lijven en vroeg me af of mensen bij het zien van haar grote mensfiguren op papier, haar ook de vraag stelden die bij mij altijd een lichte paniek veroorzaakt; ‘Waar gaat je werk over?’Lees meer …

Papiertjes

‘ORATION AL ESPIRITU SANTO’  –  Brief aan de Heilige Geest uit Barcelona.
‘KONZ FÄLLT AUS NUR VOKÜ’   –  Onbegrijpelijke sticker uit Berlijn.
‘VIVE LES CELIBATAIRES’  –  Hartekreet uit Parijs.
‘ESKERIK ASKO = THANK YOU’   –  Krabbel van Baskisch meisje.Lees meer …

Tussen Iets en Niets

Eigenlijk wilde ik iets diepzinnigs zeggen over het gebied tussen iets en niets en dat daar de essentie en betekenis der dingen ligt, maar ik kom uit bij een verslag van een wandeling naar het atelier.

Ik had de auto al afgekrabd, maar besloot te gaan lopen. Peter Timofeef had gelijk dat een sneeuwlandschap er feestelijker uitziet dan een regenlandschap. De witzwart gevlekte honden van de onafgebroken uitlatende buurtman waren nu slechts half zichtbaar. Op de Parklaan was een man in geklede jas onhandig een kniehoge sneeuwbal aan het voortrollen.
Ik knikte begrijpend toen ik achter hem zijn kleine zoontje ontwaarde.  In gedachten zag ik een lang vergeten sneeuwfort terug, een halfronde witte muur in een lege witte straat. Mijn voorraad ballen was enorm, maar niemand om naar te gooien. De man moest opschieten, regen mengde zich met de sneeuw. Regendruppels van klein kaliber sloegen gaatjes in het weerloze wit. Ik versnelde mijn pas en probeerde precies in de voetsporen te stappen van een grote maat met haarscherp profiel, het tastbare bewijs van leven vóór mij, sporen die ik al mijn hele leven lang probeer te lezen. De sneeuw bij het atelier zag er nog onaangeroerd uit. Ik was de eerste vandaag.