De horizontale medemens

Daar is iets mee, met liggende mensen. Je ziet ze niet graag. Ja, op het strand! Of in de slaapkamer. En in ziekenhuizen, vooruit, daar zijn ze in goede handen. Maar op straat? In portieken, of in een wanordelijk groepje langs de weg? Liever niet. Het duurt soms een tijdje voor je de foto’s in de krant juist inschat. Je hoopt dat ze liggen uit te blazen van de avondvierdaagse, of dat het een kunstproject is, waarbij je weer eens heerlijk op het verkeerde been wordt gezet, maar soms wordt het zo alarmerend dat je niet wilt blijven kijken. Een mens hoort rechtop! In Rusland zonnen de mensen rechtop. Gewoon, leunend tegen de muur, in badpak, met de bontjas een beetje open. In het oude Peru werden de Incakoningen na hun dood ook gewoon rechtop op hun troon gezet. Niks aan de hand! En het logo van onze christelijke beschaving is een lijdende mens, maar ligt hij? Nee, hij staat rechtop, eigenlijk hangt hij, maar wel rechtop. Een overwinnaar blijft overeind. Liggende helden bestaan niet.

Aanwezig

Ik schilder vaak mensfiguren die als een transparante verfvlek de vorm aannemen van de muur- of bodemachtige ondergrond van zand, papier, karton of andere materialen. De figuur zit er dan in, zoals een schaduw zich voegt naar iedere ondergrond. Het zelf volledig opgenomen zijn in het landschap is een bijzondere gewaarwording. Het is mij een paar keer gebeurd dat je volkomen alleen staat in een woeste, ongetemde natuur. In Nederland is dat haast niet mogelijk, daar is de natuur hier te vriendelijk voor. Een beetje in de buurt komt het strand op een mensloze dag, alleen land, water en lucht. Het gevoel is moeilijk precies te omschrijven.Lees meer …

Permeke

Ik hoorde tijdens de tentoonstelling ‘Plint’, waar werk van dichters en beeldend kunstenaars samenvloeien, de Zuid-Afrikaans/Nederlandse kunstenares Marlene Dumas in een heerlijk energiek en chaotisch toespraakje zeggen, dat beeldend kunstenaars het moeilijk vinden om hun werk in woorden samen te vatten. Niet omdat ze moeite hebben met woorden, maar omdat er zovéél is om te vertellen. Ik nam me voor die uitspraak in te lijven en vroeg me af of mensen bij het zien van haar grote mensfiguren op papier, haar ook de vraag stelden die bij mij altijd een lichte paniek veroorzaakt; ‘Waar gaat je werk over?’Lees meer …

Papiertjes

‘ORATION AL ESPIRITU SANTO’  –  Brief aan de Heilige Geest uit Barcelona.
‘KONZ FÄLLT AUS NUR VOKÜ’   –  Onbegrijpelijke sticker uit Berlijn.
‘VIVE LES CELIBATAIRES’  –  Hartekreet uit Parijs.
‘ESKERIK ASKO = THANK YOU’   –  Krabbel van Baskisch meisje.Lees meer …

Tussen Iets en Niets

Eigenlijk wilde ik iets diepzinnigs zeggen over het gebied tussen iets en niets en dat daar de essentie en betekenis der dingen ligt, maar ik kom uit bij een verslag van een wandeling naar het atelier.

Ik had de auto al afgekrabd, maar besloot te gaan lopen. Peter Timofeef had gelijk dat een sneeuwlandschap er feestelijker uitziet dan een regenlandschap. De witzwart gevlekte honden van de onafgebroken uitlatende buurtman waren nu slechts half zichtbaar. Op de Parklaan was een man in geklede jas onhandig een kniehoge sneeuwbal aan het voortrollen.
Ik knikte begrijpend toen ik achter hem zijn kleine zoontje ontwaarde.  In gedachten zag ik een lang vergeten sneeuwfort terug, een halfronde witte muur in een lege witte straat. Mijn voorraad ballen was enorm, maar niemand om naar te gooien. De man moest opschieten, regen mengde zich met de sneeuw. Regendruppels van klein kaliber sloegen gaatjes in het weerloze wit. Ik versnelde mijn pas en probeerde precies in de voetsporen te stappen van een grote maat met haarscherp profiel, het tastbare bewijs van leven vóór mij, sporen die ik al mijn hele leven lang probeer te lezen. De sneeuw bij het atelier zag er nog onaangeroerd uit. Ik was de eerste vandaag.

Tears, idle tears

Tears, idle tears, I know not what they mean,
tears from the depth of some divine despair
rise in the heart and gather to the eyes.
In looking on the happy autumn fields
and thinking of the days that are no more.

Alfred Tennyson
(Uit;’Het meer der herinnering’ van Rudy Kousbroek)Lees meer …

Lichaamstaal

Ik stond eens op een najaarsdag aan het strand van Renesse met mijn gezicht naar de horizon, de zee te schetsen. Vanuit mijn ooghoek zag ik langs de vloedlijn twee nietige figuurtjes naderen. We waren de enige levende wezens op het strand. Er voltrok zich toen een eigenaardig proces dat denk ik iedereen wel kent, maar waar vaak geen aandacht aan wordt geschonken. Mijn ‘lijf’ had de figuurtjes al herkend, maar mijn verstand accepteerde dat niet, zodat ik ze pas herkende als goede kennissen die ik in jaren niet had gezien, toen ik hen in de ogen kon kijken. Op hetzelfde moment realiseerde ik me dat ik al wist wie ze waren toen ze nog stipjes waren. Dat is een wonderlijk weten. Het is een woordloos weten zoals dieren weten. Hun houding en motoriek had hen al verraden en een deel van de hersenen dat ouder is dan de mens zelf had me ingeseind dat er bekenden aan kwamen. Dit lezen van de lichaamstaal is een voorbeeld van prehumaan gedrag. Dat het diep zit en onbewust doorwerkt zijn eigenschappen van deze lichaamstaal waar reclamemakers, campagneleiders en andere manipulatoren ( zoals kunstenaars ) listig gebruik van maken.

Staan en liggen

Het contrast tussen de verticale en horizontale mens is sinds enige tijd een thema in mijn werk. De bestemming van de mens is rechtop te staan, dynamisch, ingeschakeld. De liggende mens is er even niet, hij is aan het uitrusten om weer recht te kunnen staan, hij of zij is, uit vrije wil, of tegen hun zin, uitgeschakeld.Lees meer …

Memento Mori (Bienale Venetie)

momento_mori

Henk Hofland, de man die voor ons al decennia lang onze eigen tijd in de gaten houdt, heeft geschreven dat we leven in de lulligste tijd sinds mensenheugenis.Lees meer …

Scheppingsverhaal

In de Joodse overlevering bestaat een verhaal over een beroemde rabbijn die de gewoonte had steeds opnieuw het scheppingsverhaal te lezen. Hij las de regels: `In den beginne schiep God den hemel en de aarde. De aarde nu was woest en ledig, en duisternis was op den afgrond; en de geest Gods zweefde op de wateren. En God zeide;’…. en daar stokte het lezen van de rabbijn. Hij verzonk in gedachten in een poging de diepte van deze woorden te peilen en steeds had hij daar zoveel tijd voor nodig, dat hij eigenlijk nooit verder kwam dan deze woorden.Lees meer …